
12 jaar Arriva busvervoer in Fryslân
“Het stereotype busschauffeur - daar heb je ongetwijfeld een beeld bij - bestaat nog steeds. Maar het personeelsbestand is enorm verrijkt,” vertelt Jacob Dijkstra terugkijkend op twaalf jaar Arriva busvervoer in Fryslân. ”Van tieners tot ervaren chauffeurs en van doorgegroeide stagiairs tot mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, de diversiteit onder het personeel groeide gestaag. Het weerspiegelt de ontwikkeling die het openbaar vervoer in Fryslân doormaakte: van traditionele dienstverlener naar innovatieve mobiliteitspartner.
Van overschot naar personeelstekort
De start in 2012 kenmerkte zich door een overschot aan chauffeurs. "We hadden zoveel mensen dat we ze tijdelijk andere taken gaven, zoals het wassen van bussen," herinnert Lydia Glasbergen zich. Een situatie die al snel kantelde. Door vergrijzing, nieuwe cao-regelingen en de impact van corona werd het steeds uitdagender om voldoende personeel te vinden.
"Waar vroeger mensen standaard vijf dagen wilden werken, zien we nu veel meer behoefte aan flexibiliteit," legt Dijkstra uit. "We moesten meeveren. Als iemand alleen bepaalde dagen wilde rijden, keken we naar wat mogelijk was." Deze nieuwe benadering, gecombineerd met actieve werving van diverse doelgroepen, hielp ons om de dienstverlening op peil te houden.

Digitalisering verandert het vak
De technologische ontwikkeling transformeerde het chauffeursvak. Waar nieuwe chauffeurs vroeger weken met een mentor meereden om routes te leren kennen, kunnen ze nu dankzij navigatiesystemen al na enkele dagen zelfstandig rijden. De boordcomputer verzamelt data over rijstijl en verbruik, wat leidde tot een sportieve competitie in zuinig rijden. "Je ziet chauffeurs die eerst volledig 'in het rood' reden veranderen in topscorers met allemaal groene vinkjes", vertelt Glasbergen trots.
Partner in de regio
De rol van Arriva ontwikkelde zich van pure vervoerder naar regionale partner. Bij grote evenementen als de Culturele Hoofdstad 2018 en jaarlijkse hoogtepunten als de Sneekweek en PC Kaatsen in Franeker werden speciale verbindingen opgezet. "Die flexibiliteit, daar krijg je energie van," zegt Dijkstra. "Dan zie je hoe iedereen een stapje extra zet."
Memorabel was de zware storm in december 2013 waarbij we het openbaar vervoer in de namiddag moesten staken. "We communiceerden via social media: zorg dat je voor twee uur bij de halte bent, dan zorgen wij dat je thuiskomt. Dat is gelukt, want geen reiziger bleef achter." Het tekent de betrokkenheid van het personeel: als het nodig is, wordt alles op alles gezet.

Groei en uitdagingen
Het werkgebied van Arriva groeide gestaag. Waar de focus eerst lag op Noord en Zuidwest Fryslân (NZWF), kwam daar in december 2016 een belangrijke uitbreiding bij: Zuidoost Fryslân en de Waddeneilanden (ZOWAD). Deze groei markeerde een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van het regionale netwerk.
Het busvervoer kende ook spannende momenten. Zo werd station Leeuwarden ooit volledig geëvacueerd vanwege een achtergelaten jerrycan op het station. "Het hele station moest worden ontruimd", herinnert Glasbergen zich. "We konden onze normale haltes niet meer gebruiken en moesten alles verplaatsen naar het gebied rond onze kantine." Het tekende de flexibiliteit van de organisatie - medewerkers trokken direct hun jassen aan en gingen naar buiten om reizigers te begeleiden naar alternatieve opstapplaatsen.
Ook tijdens een extreem dichte mist op oudejaarsavond 2019 toonde de organisatie haar veerkracht. Chauffeurs bleven tot in de late uurtjes doorrijden om reizigers veilig thuis te brengen, ver voorbij de normale diensttijden."

Innovatie in vervoer
De laatste jaren werd volop geëxperimenteerd met nieuwe vormen van vervoer. De Vlinder, een klein busje dat op oproep rijdt, werd geïntroduceerd in gebieden waar een vaste buslijn niet meer rendabel was. In een Leeuwarder wijk waar de bus verdween, hielp Arriva bewoners bij het opzetten van een deelautoconcept.
"De verhouding met de provincie veranderde van opdrachtgever-opdrachtnemer naar partnership", constateert Dijkstra. "Op papier is die verhouding nog steeds zo, maar in de praktijk werken we veel meer samen, in plaats van alleen uitvoerend. Zo kijken we samen hoe we kunnen inspelen op wat de regio nodig heeft." Die aanpak werd extra belangrijk tijdens corona, toen dienstregelingen soms in enkele weken compleet moesten worden aangepast.

Waardevol erfgoed
Nu de busconcessie overgaat naar een andere vervoerder, kijken Dijkstra en Glasbergen met trots terug, met een vleugje mineur. "We zijn een redelijk platte organisatie, waar mensen makkelijk bij elkaar binnenlopen. De verstandhouding met de medezeggenschap was altijd goed. Je moet het met elkaar doen. Toch moet je nu afstand doen van veel opgebouwde connecties en verbeteringen aan het streekvervoer. Dat vinden we natuurlijk jammer."
Die menselijke maat, gecombineerd met de prestaties - laagste rituitval, hoge punctualiteit en klanttevredenheid - maken hen tegelijkertijd trots. "Het was een eer om hier deel van uit te maken", vat Dijkstra samen. “Een erfgoed om te koesteren, ook al gaat het stokje nu over naar een ander. De herinnering blijft.”

